Portrait Jan Hoek

GroenLinks Wethouder Jan Hoek: “Almeerders zijn te bescheiden.”

Na een lange carrière met diverse bestuursfuncties in Amsterdam, voelde een aanbod om in Almere wethouder van Duurzaamheid, Mobiliteit en Democratische Vernieuwing te worden ‘Als een cadeautje”, zegt nieuwe GroenLinks wethouder Jan Hoek. “Ik vind het superleuk dat ik weer mag besturen. Ik hou van de combinatie van contact met de burgers en je inzetten om het beter te doen binnen een gemeente. “ Tegelijkertijd wist hij ook dat hij niet overal in het land een bestuurdersfunctie aan zou nemen. “Ik werk graag in de grootstedelijke randstad. De metropool Amsterdam, een multiculturele, stedelijke omgeving, dat is wat ik snap en waar ik tot mijn recht kan komen.”

Geboren Haarlemmer Jan Hoek werd in 1990 lid van GroenLinks. “Ik kwam al uit een PSP gezin, dus de sympathie was er al,” zegt hij. In 1985, toen hij ging studeren, was hooguit de vraag wat hij zou gaan studeren, niet waar. Het stond voor hem vast dat hij naar Amsterdam wilde. Hij koos voor een rechtenstudie en werd na de oprichting van GroenLinks al snel duo-raadslid, raadslid en stadsdeelwethouder in het Amsterdamse stadsdeel Zeeburg, waar hij een hele range van sociale en groene onderwerpen behartigde. Als stadsdeelwethouder werkte Hoek aan de vernieuwing van het sociaal domein en aan burgerinitiatieven. “Wij hebben het welzijnswerk meer gestroomlijnd, organisaties uitgedaagd meer met elkaar samen werkten en meer de nadruk gelegd op de initiatieven van bewoners”

Hoek was ook bestuurder van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht en zat in de Amsterdamse gemeenteraad. Voor GroenLinks was hij woordvoerder Werk & Inkomen. “Het was in de tijd van het eerste kabinet Rutte, en er kwamen heel veel bezuinigingen op ons af. Er werd ook heel erg de nadruk gelegd op fraude bij uitkeringen, terwijl het hier om een hele kleine groep ging. De meeste mensen die langer dan een jaar werkeloos zijn, hebben geen onwil om te werken, maar missen soms vaardigheden, of er is iets anders aan de hand. Een van de concrete dingen waar we aan werkten was een verruiming van de reiskosten voor bijstandsgerechtigden. Die mensen moesten soms helemaal van Amsterdam Noord naar Zuid om een traject te volgen, en hadden daar dan geen geld voor.“

Zijn ervaring in Amsterdam helpt, maar, benadrukt hij, “Ik wil de twee steden niet met elkaar vergelijken. Ik zeg altijd: ‘Ik probeer niet de beste te zijn. Ik probeer goed te zijn.” Hoek ziet in Almere een “stad als een landgoed. De stad is ruim en groen. Almere doet ook al heel veel goed. Er zijn busbanen en fietspaden; afval wordt gescheiden ingezameld. Als wethouder met ook duurzaamheid in de portefeuille zoek ik naar manieren on die dingen te versnellen en verder te brengen. “

Het grote politieke discussieonderwerp van Almere, de Floriade, ziet de wethouder als een grote kans. “Ik denk dat de Floriade ons in potentie heel veel kan brengen. Misschien niet op voorhand in Euro’s, maar omdat het een showcase kan zijn voor de verbinding van de stad en de agrarische sector. Het kan Almere op de kaart zetten en een impuls geven aan de economie.”

De Floriade kan ook meehelpen met een van de problemen van de stad: het gemis aan banen, denkt de wethouder. “Als bedrijven naar Nederland komen, dan is Amsterdam nog steeds de eerste stad waar ze naar kijken. Het lukt Almere nog niet om bedrijven te laten zien wat de voordelen van het vestigingsklimaat hier zijn. We hebben die sleutel nog niet goed genoeg gevonden.”

Zijn indruk is ook dat Almeerders te bescheiden zijn, terwijl ze in een hele innovatieve stad wonen. “Er zijn hier veel actieve burgers, en terwijl dit soort mensen in Amsterdam met veel bravoure hun verhaal vertellen, doen Almeerders zichzelf vaak te kort.”  Een van de innovatieve projecten waar de overheid aan werkt is het verwerken van mixed plastic. “Dat wordt op dit moment vaak verbrand, maar wij zijn op zoek naar een bedrijf dat dit wel kan hergebruiken. “

Na de huidige periode hoopt Jan Hoek nog een termijn als wethouder te kunnen volbrengen. “De stad is natuurlijk veel groter dan jezelf, maar je hoopt wel een stempel te kunnen drukken. De eerste vier jaar zijn een soort investering, terwijl het tijdens de tweede termijn tijd is voor rendement.”